Wanneer gebruik je dit?
- Businessarchitectuur opstellen of actualiseren
- Een gedeelde taal voor organisatievermogens creëren
- Impact en veranderinitiatieven structureren
- Relaties met waardestromen en informatie analyseren
- Na inhoudelijke validatie: heatmapping of prioritering ondersteunen
Een voorbeeld uit de praktijk
Bekijk de visuele samenvatting
Open op volledig formaat (nieuw tabblad)Aan de slag
- Bepaal scope en context
- Identificeer L1-capabilitydomeinen
- Definieer L2-capabilities
- Voeg L3 alleen toe waar een analyse- of besluitvraag extra detail vereist
- Leg betekenis en governance vast in het Capability Register
- Valideer definities en relaties met stakeholders
- Pas daarna eventuele heatmapping of prioritering toe
Controleer je resultaat
- Capabilities beschrijven vermogens
- Naamgeving is organisatie- en oplossingsonafhankelijk
- Parent-child-relaties zijn logisch
- Definitie en scope zijn vastgelegd
- Bron, bewijsstatus en review zijn zichtbaar
- Onbekende informatie blijft expliciet onbekend
- L3 wordt alleen gebruikt waar nodig
- Kleurgebruik heeft één expliciete betekenis per view
Verdieping en begrippen
Werkdefinitie en afbakening
Binnen deze EAW-werkwijze beschrijft een capability een vermogen dat de organisatie nodig heeft om een bepaald resultaat te bereiken. Leg de betekenis vast onafhankelijk van de huidige afdeling of applicatie. Dat maakt het mogelijk hetzelfde vermogen te bespreken als de inrichting verandert.
Neem bijvoorbeeld het fictieve vermogen Aanvraagbeoordeling: het vermogen om een aanvraag aan afgesproken criteria te toetsen en tot een gemotiveerd oordeel te komen. Een behandelteam kan dit uitvoeren, een applicatie kan dit ondersteunen en een proces kan beschrijven hoe het verloopt. Deze drie beschrijvingen krijgen eigen relaties met de capability.
Zo bouw je de kaart op
Start met de organisatiedoelen, diensten en belanghebbenden. Verzamel welke vermogens nodig zijn om de beloofde resultaten te leveren. Formuleer per vermogen een korte definitie, een resultaat en een grens: wat valt er wel en niet onder? Bespreek twijfelgevallen met inhoudseigenaren voordat je de kaart verder uitsplitst.
Gebruik L1 voor samenhangende hoofdgebieden. Verdeel die in L2-capabilities en werk L3 alleen uit waar dat nodig is voor je analyse of besluit. Behandel deze niveaus als een werkafspraak; voeg geen derde niveau toe om alleen het model te vullen. Onderliggende vermogens moeten samen de betekenis van hun bovenliggende capability dekken.
Fictief voorbeeld
| Niveau | Naam | Betekenis in dit voorbeeld |
|---|---|---|
| L1 | Dienstverlening | Het afgesproken dienstverleningsresultaat kunnen leveren |
| L2 | Aanvraagbeoordeling | Kunnen vaststellen of een aanvraag aan de criteria voldoet |
| L3 | Bewijsbeoordeling | De bruikbaarheid en toereikendheid van bewijs kunnen beoordelen |
Een nieuwe applicatie voor documenten is in dit voorbeeld een mogelijke ondersteuning van Bewijsbeoordeling. Daarmee is nog niet aangetoond dat een nieuwe capability nodig is.
Van kaart naar analyse
Gebruik stabiele codes en leg bronnen bij de definities vast. Koppel vervolgens waardestroomfasen, informatie en verantwoordelijke rollen. Laat een heatmap altijd vermelden wat de kleur meet: prestatie, knelpunt, veranderimpact of een andere afgesproken dimensie. Een onbekende score blijft onbekend; behandel die niet als een lage score.
Bespreek de kaart eerst op betekenis en volledigheid. Voeg investeringsprioriteiten pas toe wanneer de beoordeling en de onderbouwing beschikbaar zijn. Zo voorkom je dat een discussie over kleuren de inhoudelijke afbakening vervangt.
Verder werken
Gebruik een verwant onderwerp om een volgend deel van je vraag uit te werken.
Ook bij EAW
Je accountvoorkeuren worden geladen.
Achtergrond en bronnen
EAW-werkwijze en werktemplate. Voorbeeldcasussen zijn fictief.
EAW-werkafspraak: L1 = capabilitydomein / brede clustering; L2 = capability; L3 = optionele verdere decompositie wanneer de analyse extra detail vereist. Geen universele standaard.
Versie 1.1 · Gepubliceerd